De Aartsengelen
29 september is de dag van de aartsengelen. Het woord 'engel' is afkomstig van het Griekse angelos, dat betekent 'bode'. In de oudheid ging men ervan uit dat de goden bodes hadden die zorgden voor de communicatie tussen de goden onderling en tussen de goden en de mensen. Die traditie wordt door de vroege christenen overgenomen. Dan wordt ook onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten engelen met de aartsengelen als de hoogste, het dichtst bij God. De joodse traditie kent een zevental aartsengelen, maar in 754 wordt in de synode van Rome onder leiding van paus Zacharias bepaald dat alleen Michaël, Gabriël en Rafaël in het christelijke gebed mogen voorkomen omdat de anderen niet in de Bijbel worden genoemd.
Michaël
De naam Michaël betekent in het Hebreeuws: 'Wie is als God?'. 'El' (je zegt eel) is Hebreeuws voor God. Micha-eel, wie is als God? Hij wordt beschouwd als de aanvoerder van de hemelse legers in de strijd tegen Satan en wordt meestal afgebeeld met een zwaard in de hand. Hij is de beschermer van het Volk van God en belast met het bewaren van de rechtvaardige zielen op de Dag van het Laatste Oordeel. Hij komt een aantal keren voor in de Bijbel, bijvoorbeeld in het boek Openbaring en in het boek Daniël.
Gabriël
Hij is waarschijnlijk de engel die wij het best kennen. Hij vertelt Jozef dat hij de zwangere Maria tot vrouw moet nemen, hij brengt Maria de Blijde Boodschap en hij zorgt ervoor dat Maria en Jozef op tijd naar Egypte vluchten. Hij is de bode van God die in de Bijbel aan gewone mensen verschijnt en verkondigt dat God aan de mensen nabij wil zijn. Dat wordt ook uitgedrukt door zijn naam. In de naam Gabri-el herkennen we weer het woord El (God) en ook de stam 'gabr' of 'gabber', een woord dat wij ook in het Nederlands kennen: vriend, maatje. Gabriël is de engel die aan gewone mensen laat weten dat God een vriend is die naast ze zal staan.
Rafaël
Rafa-el betekent God geneest. Het verhaal van Rafaël is ons het minst bekend. Toch is er een prachtig Bijbelboek waarin hij een hoofdrol speelt: het boek Tobit. Deze begint zijn levensverhaal als volgt: "Ik, Tobit, heb heel mijn leven de weg van de waarheid en gerechtigheid bewandeld; ik heb veel aalmoezen gegeven aan mijn broeders en aan het volk dat met mij naar Nineve in Assur getrokken was". Tobit is dus lid van een van de joodse stammen die worden weggevoerd in de Assyrische ballingschap, de 8ste eeuw voor Christus. Tobit vertelt hoe de andere ballingen geleidelijk aan hun joodse geloof hebben laten versloffen, maar hij is het altijd trouw gebleven. Hij bleef naar de tempel gaan in Jeruzalem, en hield zich ook verder aan de joodse wetten.
Nou had Tobit in de goede jaren geld gespaard en in bewaring gegeven aan een familielid in het verre Medië. Maar wanneer dit in handen valt van een vreemde overheerser, kan Tobit niet meer bij zijn spaargeld. Financieel gaat het niet goed met de familie en tot overmaat van ramp wordt hij blind. Hij besluit om zijn enige zoon Tobias de gevaarlijke reis te laten ondernemen om het spaargeld op te halen. Als hij, Tobit, dan overlijdt, laat hij in ieder geval zijn vrouw Anna en hun zoon Tobias goed verzorgd achter. Ook draagt hij Tobias op om op zoek te gaan naar een vrouw uit het eigen volk om mee te trouwen, zodat de familienaam voortgezet wordt. Omdat Tobias de weg niet kent en vanwege de gevaren onderweg, moet Tobias een reisgezel zoeken "en hij vond Rafaël; dit was een engel, maar Tobias wist dat niet", zegt de Bijbel.
Wanneer Anna, de moeder van Tobias, hoort dat hij vertrokken is, is ze boos op Tobit. "Waarom heb je ons kind op reis gestuurd? Geld is ook maar geld. Vergeleken bij ons kind mag het niet meer zijn dan slijk". Maar Tobit is al op weg. Er zit voor Anna niets anders op dan te bidden, dat hij weer gezond en wel terug zal keren. Dat duurt echter veel langer dan ze verwacht had. En de reden van het oponthoud is een vrouw.
Ze heet Sara, een jonge vrouw en een stamgenoot van Tobit. Ook Sara beleeft zware tijden. Ze is al zeven keer verloofd geweest, maar iedere keer sterft de bruidegom nog voor de huwelijksnacht. Ze bidt tot God in wanhoop: "Zeven zijn me er al ontvallen. Waarom nog leven? Maar als het U niet goeddunkt mij te laten sterven, kijk dan op mij neer en ontferm u over mij, zodat ik geen beledigingen meer hoef te horen".
Om een lang verhaal kort te maken: Tobias onderneemt de lange tocht met Rafaël. Dankzij hem vangt Tobias een wonderbaarlijke vis waarvan het hart en de lever zorgen dat hij met Sara kan trouwen zonder te sterven in de huwelijksnacht. Als ze weer thuis komen zorgt de gal van de vis dat de blindheid van vader Tobit wordt genezen. Deze is ingelukkig: zijn zoon is terug, het geld is terecht en hij heeft een schoondochter.
Dan volgt de tekst waarin Rafaël zijn ware identiteit onthult en een mooi overzicht geeft over de taken van de aartsengelen:
" Mensen de goede weg wijzen. Ze zijn reisgenoten die ons behoeden voor gevaren.
" Ons herinneren aan de geboden van God. Rafaël noemt: oprecht bidden, eerlijk zijn, vrijgevig zijn, anderen helpen in plaats van je goud oppotten, de doden de laatste eer bewijzen, God prijzen om al het goede.
" Gods werken aan de mensen verkondigen. Zoals Rafaël dat zo mooi zegt: "De geheimen van een koning kunnen beter verborgen blijven, maar wat God doet moet bekend worden gemaakt. Prijs God en dank hem. Vertel aan iedereen wat Hij heeft gedaan".
" Voorspreker van de mensen bij God. Rafaël zegt: "Toen jij, Tobit, bad, en toen Sara bad, was ik het die jullie gebeden voor de troon van de Heer bracht". De aartsengelen begeleiden ons en brengen onze goede daden en smeekbeden onder de aandacht van God.
" Om in naam van God mensen uit de ellende te bevrijden: "Mijn aanwezigheid hadden jullie niet aan mij te danken, God heeft het zo gewild", aldus Rafaël. "God stuurde me om jou en Sara te bevrijden."
Aartsengelen verkondigen dat God ons op handen draagt, dat geen enkel wezen in de hemel of op de aarde een grotere plaats heeft in het hart van God dan gewone, eenvoudige, soms onhandige, soms onwijze, soms helemaal niet zo aardige mensen.
Dat diepste en wonderlijkste geheim van God mag iedereen weten, volgens Rafaël:
"Vertel het voort en prijs God en dank Hem voor zijn oneindige liefde".
