De Heilige Thomas van Aquino

agnes

Omstreeks 1225 wordt de heilige Thomas geboren in een adellijke familie op het kasteel Roccasecca in het graafschap Aquino, tussen Rome en Napels. Op vijfjarige leeftijd wordt hij toevertrouwd aan zijn oom, abt van de Benedictijnerabdij te Monte Cassino, met de bedoeling dat hij dezelfde loopbaan zal volgen. Wanneer hij echter op zijn veertiende gaat studeren in Napels, leert hij de nog jonge Dominicanerorde kennen en in 1243 besluit hij om zich bij hen aan te sluiten. Deze keuze voor de eenvoud en armoede van een bedelorde valt in slechte aarde bij zijn ouders. Ze laten hem gevangennemen door zijn broers en sluiten hem op in de toren van het kasteel. Daar zit hij meer dan een jaar, totdat hij weet te ontsnappen, met de hulp van een aantal verklede medebroeders volgens de legende. Hij zet zijn studie voort in Parijs en later ook in Keulen, o.a. bij Albertus Magnus.
In zijn studietijd krijgt hij een vreemde bijnaam: de stomme os. Dat schijnt te maken te hebben gehad met zijn forse lichaamsbouw en zijn grote zwijgzaamheid. Een van zijn leraren schijnt naar aanleiding van die bijnaam ooit gezegd te hebben: "deze stomme os zal ooit brullen dat het in de hele wereld zal weerklinken". En de man heeft gelijk gekregen. Tot op heden wordt zijn hoofdwerk, de Summa theologiae (Hoogtepunten van de theologie), door theologen bestudeerd.
Er wordt van Thomas gezegd dat hij een teruggetrokken, bedachtzame man was die vooral veel studeerde, schreef en bad. Ondanks zijn grote geleerdheid bleef hij altijd bescheiden en vriendelijk. Daarnaar verwijst een andere bijnaam die hij in zijn leven kreeg: Doctor Angelicus, de engelachtige leraar. Hij wordt vaak afgebeeld met een zon op de borst. Dit gaat terug op het visioen van een andere monnik die de heilige Thomas zag met op zijn borst een kostbare steen die de kerk verlichtte. Dat werd in de afbeeldingen geleidelijk aan een zon.
Op 6 december 1273 gebeurt er iets in het leven van de Heilige Thomas, waardoor de professor weigert om nog één regel te schrijven. Hij verklaart: "Alles wat ik geschreven heb, komt mij voor als kaf, vergeleken met wat ik gezien heb en wat mij geopenbaard is".
Dat is een bijzondere uitspraak voor iemand die zijn hele leven gewijd heeft aan het bestuderen en schrijven van diepzinnige theologische geschriften. Hij lijkt daarmee niet te hebben willen zeggen dat nadenken over God een zinloze bezigheid is, maar dat er behalve geleerde kennis over God nog iets anders is. Iets dat nog veel belangrijker is. Namelijk je openstellen voor God op een manier die alle verstand te boven gaat. En dat bereik je eerder door gebed dan door lange studies, zegt Thomas van Aquino.
Met Thomas en met de eerste Korinthe-brief zou je kunnen zeggen: "Al ken ik alle talen van de wereld, al ben ik een groot geleerde. Als ik niet in staat ben om mijn hart en geest open te stellen voor het wondere, stille licht van Gods alomvattende liefde, dan ben ik niets". Kennis en verstand zijn een groot goed, maar een wijs mens weet wanneer het tijd is om te zwijgen en te luisteren naar de liefdevolle, woordeloze stilte die ons koestert.