De Heilige Bernardus
Bernardus van Clairvaux wordt geboren in Frankrijk in 1090 uit een oud Bourgondisch geslacht. Zijn ouders zijn rijk en bezitten een kasteel in Fontaines, in de buurt van Dijon. Al vroeg gaat hij studeren in Chatillon. Hij valt op door zijn toewijding en groot geheugen. Na de dood van zijn moeder introduceert hij zichzelf in 1112 bij de abt van Citeaux, het eerste cisterciėnzerklooster dat in 1098 is gesticht. Hij wordt toegelaten tot het noviciaat en het jaar erop doet hij zijn professie.
Zijn diepe spiritualiteit wordt gezien door de abt en al na 3 jaar krijgt hij de opdracht om met twaalf andere monniken een nieuw klooster te stichten. Bernardus wordt op 25-jarige leeftijd tot abt gekozen van wat het beroemde klooster van Clairvaux zal worden. In zijn rol als abt heeft hij een actief leven: hij komt in contact met bisschoppen, pausen en regeringsleiders. Hij sticht diverse kloosters, reist al predikend rond en schrijft belangrijke mystieke en theologische geschriften.
Hij pleit voor terugkeer naar de strenge kloostertucht. Hij wil het religieuze leven hervormen en terugbrengen naar het oorspronkelijke ideaal van soberheid, eenzaamheid en gebed. Zijn roem wordt ook opgemerkt in Rome, waar hij adviseur van de paus wordt. In 1128 speelt hij een rol in het Concilie van Troyes, waarin hij de contouren van de Regel van de Tempeliers schetst. Deze levensstijl wordt al snel het ideaal van de christelijke adel. Wanneer er een breuk in de kerk ontstaat en meerder pausen met elkaar concurreren, is het Bernardus die de knoop doorhakt en zorgt dat een van zijn leerlingen, Bernard van Pisa tot paus gekozen wordt.
Na de Christelijke nederlaag tegen de Moslims bij het Beleg van Edessa in 1144 draagt de paus Bernardus op om in zijn predikingen op te roepen tot een Tweede Kruistocht. De laatste jaren van het leven van Bernardus worden getekend door de mislukking van deze kruistocht. Hij overlijdt op 20 augustus 1153 in Clairvaux. Op 18 januari 1174 wordt hij heilig verklaard. In 1830 wordt hij tot kerkleraar benoemd.
Bernardus schreef veel Bijbelcommentaren, o.a. op het Hooglied. De volgende tekst is een fragment uit een van zijn preken:
"Ik beken het: Ook tot mij is het Woord gekomen- ik spreek in onverstand - meermalen. En ofschoon Het vaak bij mij is binnengetreden, heb ik niet een enkele maal gevoeld dat Het binnentrad. Ik voelde dat Het er was, ik wist dat Het er geweest is, soms kon ik Zijn komst voorvoelen, maar nooit voelen, en ook Zijn heengaan niet. Want vanwaar Het gekomen was in mijn ziel, waarlangs Het binnentrad of wegging, dat beken ik ook nu nog niet te weten; naar het woord: 'Gij weet niet, vanwaar Hij komt en waarheen Hij gaat' (Joh. 3:8)
Zeker is Het niet binnengekomen door mijn ogen, want kleur heeft Het niet; ook niet door mijn oren, want geluid heeft Het niet; noch door mijn neus, want Het vervult niet de lucht maar de geest
; Het komt ook niet door mijn keel, want Het wordt niet opgeslokt of verzwolgen; ook heb ik Het niet op de tast gevonden, want Het is niet tastbaar. Langs waar is Het dan binnengetreden? Of is Het misschien wel niet binnengetreden, omdat Het niet van buiten kwam? Het is immers niet een of ander iets van de dingen die buiten ons zijn. Anderzijds kwam Het ook niet uit mijn binnenste, want Het is goed, en ik weet dat er niets goeds in mij is. Ik ben ook opgestegen tot wat het hoogste is in mij, en zie, het Woord was hierboven verheven. Ook tot wat het diepste in mij is ben ik als een ijverig verkenner afgedaald, en niettemin werd Het nog dieper bevonden. Keek ik naar buiten, Het bleek buiten als wat het verst buiten mij is te zijn; richtte ik mijn blik naar binnen, dan was het Woord inwendiger dan mijn binnenste. En ik begreep hoe wįįr het was wat ik had gelezen: 'in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij' (Hand. 17:28). Zalig is hij, in wie het Woord is, die voor het Woord leeft, die door het Woord bewogen wordt".
Bernardus is zelf een man die "door het Woord bewogen wordt". Hij leeft voor God en voelt zich ten diepste verbonden met, of eigenlijk in, God. Een nietig en onbeduidend mens, maar tegelijkertijd ook opgenomen in die grote hartstocht van God voor de mensen. Daarover wil hij zijn medebroeders vertellen en daarin wil hij anderen laten delen.
Maar hij voelt dat woorden tekort schieten om dit allemaal te beschrijven. God is Licht en geen woord, geen beeld is sterk genoeg om de ervaring van dat goddelijke Licht weer te geven. Alleen in de woestijn van het brandend witte licht, zonder afbeeldingen, zonder kleur kan de monnik in contact komen met God, volgens Bernardus. De rest is afleiding of verleiding.
Daarom zijn de Cisterciėnzerkerken sober. Een prachtig voorbeeld daarvan is de kerk van de abdij van Fontenaye in Frankrijk. Geen schilderingen, geen heiligenbeelden, alleen maar lichtval door de ramen. Wanneer je daar binnenloopt, krijg je spontaan de neiging om te knielen. Gewoon op de kale grond. In de ongelofelijk grootse nabijheid van God. Aan het bestaan van dit soort heilige plaatsen heeft Bernardus van Clairvaux zijn steentje heeft bijgedragen. Dat is een mooie erfenis.
