De Heilige Blasius

agnes

In een oud gebed wordt Blasius als volgt aangeroepen:
De heilige Blasius helpt degeen
van de colyk, graveel en steen,
van keelpijn en meer andere plaghen,
die door gebeên zyn bystand vraeghen.

Blasius was arts. De legende vertelt hoe hij het leven redde van een jongetje dat dreigde te stikken in een visgraat in zijn keel. Hij had daarvoor niet onze moderne medische hulpmiddelen ter beschikking; hij redde het kind enkel door gebed. Daardoor is hij van oudsher patroon tegen keelpijn en keelziektes.
Vanwege volksgeloof dat een verband legde tussen de naam Blasius en het blazen van de wind, werd hij eveneens de schutspatroon tegen storm. Er is een gezegde dat verklaart:
"Als 't op Sint-Blasius regent of waait, zeven weken lang de wintermolen draait". Dat belooft voor dit jaar niet veel goeds!

Blasius wordt geboren in de 3de eeuw in Armenië. Begin 4de eeuw wordt hij bisschop van de plaats Sebaste, in het huidige Turkije. Tijdens zijn ambtsperiode vallen de christenvervolgers van de Romeinse keizer Diocletianus Sebaste binnen. Blasius vlucht en verstopt zich met enkele metgezellen in de bergen. Er wordt verteld dat de wilde dieren hem geen kwaad doen en hem zelfs komen opzoeken om hun wonden te laten verzorgen. Er is een legende over een wolf die het enige varken van een arme weduwe heeft geroofd. Omdat hierdoor haar levensonderhoud ernstig in gevaar komt, geeft Blasius de wolf bevel om het varken weer terug te brengen. De wolf gehoorzaamt.
Blasius en zijn mensen leven een tijd in de bergen, maar worden uiteindelijk toch gevonden door hun achtervolgers, zwaar mishandeld en in de kerker gegooid. Ook in de gevangenis komen zieke mensen Blasius opzoeken om zich door hem te laten genezen. Hij blijft gewoon zijn werk doen zelfs onder de enorm zware omstandigheden van zijn gevangenschap.
Omdat hij blijft weigeren de Romeinse afgoden te vereren, wordt hij onderworpen aan langdurige martelingen. Uiteindelijk wordt hij met 9 metgezellen, 7 vrouwen en 2 kinderen, in 316 ter dood veroordeeld. Wanneer men hem probeert te verdrinken in het water, mislukt dat. Hij loopt over het water weg. Hij wordt gegrepen en voor straf wordt het vlees van zijn lichaam gereten met scherpe vlas- of wolkammen. Weer ontsnapt hij aan de dood, wanneer zijn wonden op wonderbaarlijke wijze genezen. (Hij wordt meestal afgebeeld als bisschop met een scherpe kam in zijn hand .) Uiteindelijk wordt hij onthoofd.

Door het verhaal van een martelaar vragen wij ons willekeurig af, hoe het met onze eigen moed en trouw aan ons geloof gesteld is. Zou ik uit durven komen voor mijn geloof, als ik de kans liep op brute straffen? Zou ik zoals de heilige Blasius Christus trouw blijven en me laten opsluiten, villen, verdrinken, onthoofden?
Het verhaal doet ons realiseren dat wij toch liever over God denken in termen van troost en steun. "In tijden van nood lopen de kerken vol", zegt het spreekwoord. Een begrijpelijke reactie. Als om je heen de wereld in elkaar stort, dan keer je je tot God. En dat mag. Wij mogen steun zoeken bij God als het leven moeilijk is, als we ons eenzaam en bang voelen. God wil ook bij ons zijn als we lijden. We mogen erop vertrouwen dat God ons liefheeft, ook als we kleinmenselijk, bang en hulpeloos zijn.
Maar de vraag is of we vaak niet al te gemakkelijk zijn voor onszelf. Vinden we het als gelovigen niet al te vanzelfsprekend dat het tussen God en ons eenrichtingsverkeer is? God zorgt voor ons. Wij mogen alles verwachten van God en hoeven niets terug te doen. Stel u eens voor, dat er voor iedere kaars die wordt opgestoken om Gods hulp te vragen, iemand even hartstochtelijk zou bidden: "Lieve God, wat kan ik voor U doen? Hoe kan ik een bijdrage leveren aan een betere wereld?" De heilige Blasius heeft dat gebed tot in de marteldood weten waar te maken. Moge zijn trouw aan God ons tot voorbeeld zijn.