De Heilige Casimir
4 maart is de feestdag van de heilige Casimir van Polen, geboren op 3 oktober 1458 als de tweede zoon van Casimir IV, koning van Polen en Litouwen. Zoals zijn broers is Casimir voorbestemd om de koningstroon te bestijgen, en wel die van Hongarije. Volgens de ene legende wordt hij graag koning om het christelijke geloof te kunnen verdedigen tegen de Turken. Dat mislukt en hij vlucht halsoverkop terug naar Polen. Volgens een andere legende wordt zijn koningschap verhinderd door ene Matthias Corvinus. Nog weer een andere vertelt dat hij tot woede van zijn vader weigert om ten oorlog te trekken tegen Corvinus, omdat hij het onwettig vindt om de Hongaarse troon te grijpen. Volgens dit laatste verhaal sluit vaderlief hem voor straf op in het koninklijk kasteel.
Hoe het ook zij, Casimir is niet de machtigste man van Hongarije geworden. Hij is wél een tijdje koning geweest van Polen, wanneer zijn vader twee jaren voor staatszaken in Litouwen verblijft. Ook staat vast dat hij een zeer vroom man is geweest. Volgens bepaalde bronnen zit hij zelfs bij nacht en ontij urenlang op zijn knieën voor de gesloten kerkdeuren om te bidden tot Maria voor wie hij een speciale toewijding heeft. Omwille van haar schijnt hij ook te weigeren om in het huwelijk te treden met de dochter van de Duitse keizer Frederik III.
In plaats van een leven als echtgenoot en koning, kiest Casimir een celibatair bestaan gewijd aan gebed, studie en armenhulp. Vanwege zijn gulheid wordt hij soms afgebeeld met een beurs. Verder zien we hem vaak met een kroon als teken van zijn koninklijke komaf en een witte lelie om zijn gelofte van kuisheid te benadrukken.
In 1484 sterft hij, op 26-jarige leeftijd, aan tuberculose. Daarom wordt hij ook aangeroepen in geval van tuberculose en andere besmettelijke ziekten. Verder is hij de schutspatroon van de vrijgezellen, en in Polen en Litouwen eveneens beschermheer van de jeugd. Casimir ligt begraven in de dom van de universiteitsstad Wilna in Litouwen onder het Maria-altaar.
"De duivel nam hem mee naar een zeer hoge berg. Hij toonde hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht en zei: 'Dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt'. Daarop zei Jezus tegen hem: 'Ga weg Satan! Want er staat geschreven: aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem'", aldus Matteüs 4. Deze tekst moet de jonge Casimir in het hart gegrift zijn. Hij wilde geen koninkrijk, hij wilde geen macht: hij wilde een sober leven van gebed.
Dit in tegenstelling tot veel mensen. We hebben de neiging om ons eigen koninkrijkje te scheppen, waar maar mogelijk. We zetten er dan het liefst een hek om heen, hoe beschaafd en smaakvol ook, en hangen er soms ook een bordje op: "Verboden voor onbevoegden". Tot hier en niet verder: hier ben ik koning. Jezus' woorden "mijn koninkrijk is niet van deze wereld" moeten een hele persoonlijke betekenis hebben gehad voor de heilige Casimir.
Aan het Koninkrijk Gods waar Jezus op doelt, zijn door de geschiedenis heen allerlei betekenissen gegeven. Het zou in schril contrast staan met de koninkrijken van de wereld. Dat kunnen we wel beamen. We kennen immers geen enkel rijk waar het leven zo totaal rechtvaardig en vredig is als we ons dat voorstellen bij een koninkrijk zoals God dat bedoeld heeft. Verre van dat! Om die reden is het Koninkrijk Gods vaak uitgelegd als een Rijk dat simpelweg niet van deze wereld kan zijn. Want mensen zijn slecht en God is goed.
Toch denk ik dat Jezus het zo niet bedoeld heeft. Jezus is er de man niet naar om te zeggen dat gewone mensen met hun tekortkomingen niet bij God zouden horen. Eigenlijk zegt hij dat Gods Rijk toegankelijk is voor eenieder die dat echt graag wil. Maar daar zit hem de kneep: niet bij de grenswachters van God maar bij onze eigen grenzen. Voor het Koninkrijk Gods kan iedereen een paspoort krijgen.
De vraag is alleen hoeveel mensen ook echt in aanmerking willen of durven komen voor een paspoort waarop staat: bewoner van het Rijk van vrede en rechtvaardigheid. Bewoner van het Rijk van mensen die ieder ander als hun naaste willen zien. Bewoner van het Rijk waar oneerlijkheid, egocentrisme, agressie, roddel, haat niet bestaan. Bewoner van het Rijk waarvan de koning stierf aan het kruis, zijn armen wijd open voor allen, zijn leven gegeven voor heel gewone mensen.
