Driekoningen

driekoningen

Het feest van Driekoningen ontstond in de 4de eeuw in het oosters orthodoxe christendom. Het wordt ook wel epifanie genoemd, van het Griekse woord voor 'verschijning', de verschijning van de vleesgeworden Zoon van God op aarde. Het is eigenlijk het orthodoxe kerstfeest waarbij de tekenen van Jezus' goddelijkheid herdacht worden: de geboorte uit de Maagd Maria, het bezoek en de aanbidding van de Wijzen uit het Oosten, wonderbaarlijke gebeurtenissen uit Jezus' jeugd en de doop van Jezus in de Jordaan door Johannes de Doper. Omdat de Latijnse kerk de geboorte van Jezus echter al op 25 december vierde, werd met epifanie op 6 januari alleen de aanbidding door de wijzen overgenomen. Zo ontstond ons driekoningenfeest.
In het evangelie van Matteüs valt het op dat er nergens sprake is van drie wijzen of magiërs (het Griekse woord dat de Bijbel gebruikt is 'magoi'); Matteüs spreekt gewoon over de wijzen. Pas in de latere kerstverhalen (en dat begint al in de 3e eeuw) zijn er drie wijzen van gemaakt. Misschien omdat ze drie geschenken aanbieden volgens het Bijbelverhaal: goud, wierook en mirre.
De keuze van die geschenken - goud, wierook en mirre - had overigens ook betekenis. Goud was een gepast geschenk voor een koning. Teken dat een grote koning was geboren. Wierook werd door hogepriesters gebruikt bij de eredienst in de tempel. Het is symbool van het goddelijke. Teken dat met dit kind het goddelijke is geboren. Mirre werd gebruikt om de lichamen van de doden te balsemen. Teken dat dit kind, deze goddelijke koning, Gods eigen zoon, zou sterven. Een vooraankondiging van Jezus' sterven aan het kruis. Deze wijzen uit het Oosten komen dus met 3 betekenisvolle geschenken. Ze lijken als eerste te weten dat er iets bijzonders aan de hand is met dit pasgeboren kind.
In de volksverhalen worden de wijzen in de loop der eeuwen 'koningen' genoemd. De tekst van Matteüs doet namelijk denken aan andere Bijbelteksten, uit het oude Testament, die wel spreken over koningen. Bij de profeet Jesaja o.a. staat: "Volkeren komen naar uw licht, koningen naar de glans van uw dageraad. ..... Een vloed van kamelen zal u overdekken, dromedarissen van Midjan en Efa; alle bewoners komen uit Seba, met goud en wierook beladen." Onder invloed van dit soort teksten zijn de wijzen 'koningen' geworden die reisden per kameel. Vanaf de 8e eeuw vinden we hun namen terug als Caspar, Melchior en Balthasar.

Driekoningen is voor ons de afsluiting van Kerst. Nog een keer zingen we: Kind ons geboren, Zoon ons gegevens, God onbedwingbaar, Vader voor eeuwig, Koning van de Vrede.
Hebt u ooit een kind geboren zien worden? Heel even maar, nog voor die allereerste ademtocht, zie je geen baby maar zie je God zelf. Even in die prille naaktheid van dat wonder van nieuw leven zie je hoe God zelf opnieuw geboren wordt. Je ziet de oerkracht van God, juist in de kwetsbaarheid van een pasgeboren kind. Volkomen hulpeloos, overgeleverd aan de zorgen van de mens, maar onbedwingbaar groots in de wil tot leven. Kind ons geboren, God onbedwingbaar. Niet onbedwingbaar in zijn stoerheid, in zijn macht, maar onbedwingbaar in het vertrouwen dat Hij heeft in het leven, in de mens. Onbedwingbaar vertrouwvol dat wij ondanks alle geklungel in staat zijn om zorg te dragen voor dat nieuwe leven.
Dat heel intense moment, dat je God zelf geboren ziet worden, duurt maar even. Het gaat weer voorbij. En dan zien we ons eigen kindje, een baby die ons vervult van hoop. En we beginnen te dromen van een prachtig leven voor hem of haar: "Hij wordt later beslist heel artistiek, moet je die lange vingers zien. Dat wordt een beroemd pianist!" Of: "Wat kijkt ze toch wijs met die grote ogen, die zal wel goed kunnen leren. Een kleine professor!" Dat doen kinderen: ze maken onze liefste dromen wakker. Meestal moeten we die dromen gaandeweg bijstellen. De pianist wil niet meer naar muziekles; en de professor heeft alweer twee onvoldoendes op het rapport.
Soms komen we niet eens aan zulke dromen toe en krijgen we al heel snel te horen: "Uw kindje is ernstig ziek" of "verstandelijk gehandicapt". Dan wordt het moeilijker om de hand van God te zien in dit kind. Wij hebben nou eenmaal de neiging om te denken dat God te vinden is in het prachtige, in het sterke, in het volmaakte. God vinden in een mens met gebreken: dat vinden we moeilijk. God in het mongooltje; God in het kindje met het waterhoofd; God in het kindje met spierziekte?
Ik geloof dat God ook daar, of misschien wel juist daar te vinden is. Wij zijn het die denken dat God een perfectionist is. Dat God meer houdt van professoren dan van mongooltjes; dat God Miss World aantrekkelijker vindt dan een verwrongen lijf met een spierziekte. Maar dat is ons idee. God houdt minstens evenveel van het onvolmaakte. Voor God is geen mensenkind een mislukking. God wordt overal en in ieder kwetsbaar kind opnieuw geboren. Onbedwingbaar in de hoop die Hij stelt in ieder leven.

Dat wonder van het nieuwe leven moeten Maria en Jozef ook ervaren hebben. Wat moeten ze geschrokken zijn wanneer er opeens drie hoge heren aan de deur van de stal staan en uitroepen: "Hier is de koning van de Joden". Ik stel me voor dat Maria zich geleidelijk begon te realiseren dat dit niet zomaar een kindje was, niet haar eigen kleine koninkje, haar eigen hoop. Dit was de koning en de hoop van alle mensen. Wat moet ze bezorgd zijn geworden, deze jonge moeder. Zij is de bruid van de timmerman, en haar zoon wordt tot koning uitgeroepen… Daar kan toch alleen maar ellende van komen?
"Toen koning Herodes dit hoorde werd hij verontrust" staat er in het evangelie. Dat wil ik geloven. Koningen van de wereld houden niet van concurrentie. Herodes laat er dan ook geen gras over groeien. Hij weet wat hem te doen staat: Deze vreemde koning snel een kopje kleiner maken.
Maar de drie uit het Oosten worden niet voor niets wijzen genoemd. Ze nemen een andere weg terug en laten Herodes links liggen. Ze weten dat dit niet een nieuwe koning van het Herodes-soort is. Dit is niet een koning van pracht en praal en van hoge belastingen om er zelf beter van te worden. Geen koning van macht en vriendjespolitiek. Geen koning van moord en doodslag. Dit is de koning van lammen en blinden; van weduwen en wezen; van gehandicapten en misdeelden. Dit is de koning van de liefde. Dit is de koning van de vrede.

Kind ons geboren, Zoon ons gegeven. God voor altijd onbedwingbaar in ons midden.