Fra Angelico
In een plaatsje in de buurt van Fiesole in Toscane wordt aan het eind van de 14de eeuw een jongetje geboren dat Guido di Pietro wordt genoemd. We weten niet zoveel van zijn jeugd of van zijn familie. De eerste keer dat zijn naam officieel wordt genoemd, is in 1423. Hij is dan allang volwassen, broeder bij de Orde van de Dominicanen en heeft inmiddels de kloosternaam aangenomen van Fra Giovanni (Italiaans voor broeder Johannes), broeder Johannes van Fiesole. Dat is de officiële naam van Fra Angelico.
In 1436 verhuist hij met een groep medebroeders naar het nieuwgebouwde San Marco-klooster in Florence. Daar kun je vandaag de dag nog fresco's zien met de religieuze afbeeldingen waarmee hij de cellen van zijn medemonnikken heeft verfraaid. Die muurschilderingen in de kloosters in de Middeleeuwen zijn niet bedoeld als iets leuks voor aan de muur, maar om de monniken door die afbeeldingen aan te zetten tot meditatie en gebed. In een middeleeuwse tekst staat geschreven over de Dominicanen: "In hun cellen hadden zij afbeeldingen van Maria en de gekruisigde voor ogen, opdat zij deze bij hun lectuur, hun gebed en ook in hun slaap konden bekijken en door hen op hun beurt bekeken konden worden".
Opvallend in deze tekst is dat de monniken bij alles wat ze doen de heilige afbeeldingen voor ogen moeten houden, zelfs in hun slaap! Maar nog verrassender is dat de afbeeldingen ook bedoeld zijn om hen eraan te herinneren dat God toekijkt bij alles wat ze doen. Zo leeft ook broeder Johannes van Fiesole. Volgens zijn eigen woorden moet "hij die Christus' werk doet, altijd met Christus verblijven". Het zijn die woorden die hem de titel Fra Angelico, engelachtige broeder, bezorgen. Hij is een diep religieus man. Wanneer hij schildert, doet hij dat heel bewust voor Gods aanschijn, coram Deo.
Maria vormt een belangrijk thema van de werken van Fra Angelico. Hij heeft prachtige Annunciaties gemaakt, waar de engel Gabriël Maria de boodschap brengt van de aanstaande geboorte van haar zoon Jezus. Maar hij verbeeldt ook allerlei andere Bijbelse taferelen. Daarbij leeft hij zich zo intens in bij wat hij schildert dat hij zelfs gehuild schijnt te hebben, wanneer hij aan een afbeelding van de kruisiging werkt.
Ook wanneer hij niet schildert, leeft hij het vrome, sobere en stille leven van een Dominicaan. Hij is bescheiden, zorgt voor de armen en is altijd vriendelijk in de omgang, wordt van hem verteld. Hij lijkt van zichzelf een ruimte van stilte te hebben gemaakt, waarin hij in Gods nabijheid kan vertoeven. Hij sterft in 1455 in Rome. In 1982 wordt hij zalig verklaard door paus Johannes Paulus II en in 1985 benoemt deze hem tot patroon van de katholieke kunstenaars.
Fra Angelico's schilderijen zijn voor mij een voorbeeld van de pure schoonheid die uit mensenhanden kan voortkomen, als we ons over durven geven aan de stille rust van God. Niet iedereen heeft het talent van de kunstenaar, maar ik denk dat we allemaal geschapen zijn met oren die in staat zijn Gods stem te horen. Als we maar de tijd durven nemen om het stil te maken in onszelf. Goddelijke inspiratie is niet alleen voor engelachtige broeders en andere kunstenaars. Het is voor iedere mens die wil luisteren naar de fluistering van God in zijn of haar oor.
