Maria Geboorte

agnes

De geboorte van Maria staat beschreven in het zogenaamde protevangelie van Jacobus, een van de apocriefe teksten van het Nieuwe Testament. Jacobus beschrijft hoe haar ouders Joachim en Anna lijden onder hun kinderloosheid. In het derde hoofdstuk kunnen we Anna´s hartverscheurende gebed lezen: "Wee mij, met wie ben ik te vergelijken? … Niet met de vogels des hemels, niet met de dieren der aarde, niet met de wateren, niet met de aarde, want zij brengen allen vruchten voort". Dan verschijnt haar een engel die spreekt: "Anna, Anna, de Heer heeft uw gebed verhoord. Gij zult ontvangen en baren en heel de wereld zal over uw nakomelingenschap spreken". Anna antwoordt: "Zo waar de Heer, mijn God, leeft, als ik een kind krijg, hetzij een jongen of een meisje, zal ik het als gave afstaan aan de Heer, mijn God, en het zal Hem een leven lang dienen".
Ze wordt zwanger en baart een meisje en geeft haar de naam Maria. Weer worden we geraakt door het gebed van Anna, ditmaal jubelend en vervuld van trots en dank: "Hoort het, hoort het, gij twaalf stammen van Israël, Anna zoogt!" Anna en Joachim houden zich aan Anna's belofte. Als het kind drie jaar is brengen zij haar naar de tempel waar Maria volgens Jacobus haar kinderjaren doorbrengt.

Een aangrijpend verhaal van een paar dat jarenlang leed onder hun kinderloosheid en het jonge leven dat hen geschonken werd, toewijdde aan God. In de Bijbel komen we veel onvruchtbare en doodongelukkige echtparen tegen: Sara en Abraham, Hannah en Elkana, Jacob en Rachel, en nog velen meer. En dus ook Anna en Joachim, de ouders van Maria, waren getroffen door deze tragedie. Want dat was kinderloosheid in de die tijd: een tragedie, een drama. In de Bijbelse tijd zocht men de zin van het leven niet zozeer in zichzelf. Er werd veel minder nagedacht over wie je zelf was en wat je zelf wilde en dacht en vond in het leven dan wij in onze tijd gewoon vinden. Je maakte deel uit van dat bepaalde volk, die bepaalde stam. De belangrijkste taak van de mens was het leven van dat volk, Gods volk, voort te laten bestaan. Nageslacht was dus van levensbelang en daarmee ook de vruchtbaarheid. Kinderloosheid was dan ook een grote schande. Ontroerend is daarom de triomfkreet van Anna als zij haar dochter de borst geeft: "Hoort het, hoort het, gij twaalf stammen van Israël, Anna zoogt!"
Kinderen baren, zogen en opvoeden, daarmee werd duidelijk dat je genade vond in Gods ogen. Kinderen werden heel nadrukkelijk beschouwd als een geschenk van God. Als God je geen kinderen schonk, was je "geen rechtvaardige", zoals Jacobus het noemt in zijn evangelie. Een onvruchtbare telde daarom niet mee, hoorde er niet bij. Hij of zij werd met de nek aangekeken.
Dat is allemaal veranderd in onze tijd. Onze status is niet langer verbonden met het aantal kinderen dat we hebben. Gelukkig maar. Als je graag kinderen zou willen en het lukt niet, dan is dat al erg genoeg. Daar hoeft niet ook nog eens de last bij te komen dat kinderloosheid de straf van God zou zijn. Maar het is wel jammer, dat wij ook vervreemd zijn geraakt van de gedachte dat kinderen ons gegeven worden, dat ze een geschenk van God zijn. Velen denken in onze tijd in termen van "een kind nemen". Als het dan niet gaat, wordt er niet gebeden maar wordt de hulp van de medische wetenschap ingeroepen met allerlei technologische hoogstandjes om het jonge leven af te dwingen. Het is fijn voor de betreffende paren dat er op dit gebied veel kan, maar het is wel jammer dat we niet meer zo goed het Godswonder van het nieuwe leven kunnen beleven.
De Bijbel is vol verhalen om ons aan het leven als een Godsgeschenk te herinneren. Al die wonderbaarlijke geboortes uit onvruchtbare vrouwen, willen ons duidelijk maken dat het God zelf is die zich in ieder nieuw leven aan de wereld geeft. En het is goed om met alle leven zo ook om te gaan: het te ontvangen als een kostbaar geschenk van God en het toe te wijden aan God zoals Anna en Joachim dat deden met hun enige, zeer geliefde kind. Maria heeft dat gebaar van haar ouders heel goed begrepen. Wanneer ze zelf de vruchtbare leeftijd bereikt, is ze er nog altijd van doordrongen dat haar leven uiteindelijk van en voor God is. Dus als God een beroep op haar doet, kan ze zonder aarzelen zeggen: "Zie de dienstmaagd des Heren. Mij geschiede naar uw woord".
Alle leven is een geschenk van God. Maar een vrouw als Maria die niet alleen in staat is om het leven te ontvangen als geschenk, maar het ook weer aan God durft aan te bieden, onvoorwaardelijk en zonder aarzeling, zo'n vrouw mag met recht heten: de moeder van God.