Witte Donderdag

gethsemane

In Jeruzalem, aan de onderkant van de Olijfberg, ligt de plaats die heet Gethsemane. Dit betekent "olijfpers". Op de Olijfberg zijn van oudsher olijfboomgaarden geweest, waar de olijfbomen ieder jaar hun vruchten voortbrachten. Onderaan die berg stond de olijfpers. Hier werden ieder jaar opnieuw de olijven verwerkt om in de oliebehoefte te voorzien. Gethsemane, in de Hof van Olijven.
Het enige dat daar nu nog van over is, is een tuintje waar acht prachtige, heel oude olijfbomen staan. Ook al kunnen olijfbomen wel 2000 jaar worden, is het toch onwaar-schijnlijk dat deze bomen er al stonden in Jezus' tijd. In het jaar 70, dus zo'n 30-40 jaar na de dood van Jezus, wordt Jeruzalem namelijk belegerd. De Joden zijn dan al een aantal jaren in opstand tegen de Romeinen, die het land bezet hebben. Hun legerleider Titus is gekomen om de opstandige inwoners op de knieën te dwingen en voor eens en voor altijd een einde aan te maken. Waarschijnlijk zijn toen alle bomen gekapt om hout te hebben voor belegerings-werktuigen en kampvuren. De stokoude olijfbomen die daar nu staan, kunnen wel nieuwe scheuten zijn, gesproten uit de oude stronken.
Naast dit kleine overblijfsel van wat ooit de Hof van Olijven was, staat de kerk van de Doodstrijd. Hij is gebouwd tussen 1919 en 1924 door de Italiaanse architect Barluzzi, die heel veel prachtige kerken heeft ontworpen in het Heilig Land. Barluzzi probeerde in zijn bouwwerken de bijbelse plaats en de gebeurtenissen die daar worden herdacht tot hun recht te laten komen. De kerk van de Doodstrijd heeft hij dan ook zo ontworpen, dat de sfeer wordt opgeroepen van een olijfgaard bij nacht, zoals Jezus hem heeft ervaren tijdens zijn laatste, donkere uren.
Om dat te bereiken plaatste Barluzzi in de kerk tien monolietzuilen als de stammen van olijfbomen. In het gewelf, komend uit de zuilen, zijn met mozaïeksteentjes takken gevormd, waartussen sterren oplichten. De ramen laten ook overdag, bij fel zuidelijk zonlicht, slechts schemerlicht door. Je waant je in het duister van de Hof van Olijven bij nacht. Het is er beklemmend.
In de kerk bevindt zich ook een groot mozaïek. Daarop is Jezus afgebeeld, onderuit gezakt tegen een rotsblok. Een eenzame, bange, dodelijk bedroefde man die bidt, "Vader, neem toch deze beker van mij weg". Links en rechts van hem zie je afbeeldingen van wat er binnen korte tijd te gebeuren staat. Aan de ene kant Judas die hem verraadt met een kus, aan de andere kant de korte opwinding die daarop volgt waarbij een van de volgelingen van Jezus een soldaat een oor afslaat.
Het is Jezus' eenzaamste uur geweest, daar op die plaats. Hij weet wat hem te wachten staat. Eén vriend verraadt hem, de anderen laten hem in de steek. Hij voelt zich van God en mens verlaten. De Zoon van God is ook gewoon een mens van vlees en bloed, iemand die angst en eenzaamheid heeft gekend zoals ieder van ons. Uiteindelijk, op het kruis, is hij in staat om zich volledig toe te vertrouwen aan de handen van God, "Vader, in uw hand beveel ik mijn geest". Maar daar in de Hof van Olijven heeft hij een puur menselijke doodstrijd gekend. Hij heeft gehuild en gebeden, zoals bange mensen dat doen.
Laten we op Witte Donderdag en Goede Vrijdag niet voorbij gaan aan deze oermenselijke gevoelens van angst en eenzaamheid. Het is nog geen Pasen. De nacht van Gethsemane en de marteling en kruisdood die daarop volgen zijn Jezus' waarlijk menselijke stappen geweest op weg daar naartoe. Wie Pasen werkelijk wil beleven, moet de realiteit van Witte Donderdag en Goede Vrijdag onder ogen durven zien. Wie met Jezus de jubel van de opstanding wil beleven, moet de moed hebben om hem in de Hof van Olijven te volgen en op Golgotha onder zijn kruis te staan. Met zijn moeder en een handjevol vrienden. Alleen wie met hem mee durft te gaan door de nacht en naar het kruis, kan ten volle de jubel van zijn lege graf meebeleven. Laten we dat in alle voorbereidingen voor het Paasfeest vooral niet vergeten.