De Heilige Johannes de Doper

johannes

Aan het begin van het evangelie van Lucas wordt de aankondiging van de geboorte van Johannes beschreven. Dan volgt de geboorteaankondiging van de engel Gabriël aan Maria.
Vervolgens gaat Maria op bezoek bij Elisabeth om haar te helpen met de geboorte en schrijft Lucas de beroemde woorden: "Meteen toen Elisabeth de begroeting van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot".
Lucas wil de lezer vanaf het allereerste hoofdstuk duidelijk maken dat er al voor hun geboorte een band is tussen Jezus en Johannes. Ze zijn bloedverwanten, maar ze zijn nog meer. Hun levens zijn op een fundamentele manier, tot in het diepst van hun wezen, met elkaar verbonden. Al vanaf de moederschoot.
Zacharias, de bejaarde vader, kan niet geloven dat God hem op zijn oude dag nog een zoon zal schenken: een bijzonder kind "om wiens geboorte velen zich zullen verheugen, vervuld met goddelijke kracht". Negen maanden lang is hij met stomheid geslagen, maar wanneer het kind is geboren, ontvangt hij de naam die de engel heeft opgedragen: Johannes. Op dat moment kan Zacharias weer spreken. De verlamming van zijn tong is opgeheven en hij jubelt het uit met deze prachtige tekst:
"Gezegend de Heer, de God van Israël,
want Hij heeft zich het lot van zijn volk aangetrokken en het bevrijd.
Hij heeft voor ons een reddende kracht opgewekt in het huis van David, zijn dienaar,
zoals Hij van oudsher had gezegd bij monde van zijn heilige profeten:
redding uit de macht van onze vijanden, en uit de hand van allen die ons haten,
om barmhartigheid te betonen aan onze vaderen, en zijn heilig verbond indachtig te zijn -
de eed die Hij Abraham, onze vader, had gezworen:
Hij zou ervoor zorgen dat wij zonder angst en bevrijd uit de hand van de vijand,
Hem konden dienen, in heiligheid en rechtvaardigheid, al onze dagen.
En jij, mijn jongen, zult profeet van de Allerhoogste worden genoemd,
want je zult voor de Heer uit gaan als zijn wegbereider;
om zijn volk te leren hoe ze gered kunnen worden door de vergeving van hun zonden, dankzij de innige barmhartigheid van onze God.
Zo bekommert zich om ons het licht uit de hoogte;
het zal schijnen voor wie zitten in duisternis en in de schaduw van de dood,
het zal onze voeten naar de weg van de vrede leiden".

Zacharias durft het bericht van de engel eindelijk te geloven. Bevrijd van zijn angst en ongeloof durft hij vrijmoedig uit te spreken dat er een nieuwe fase is aangebroken op de weg van God met de mensen. Zijn zoon, de jongen naar wie hij zo zeer verlangd heeft, zal daarbij een belangrijke rol gaan spelen.
Het is het begin van een wonderlijk leven. Johannes de Doper wordt meestal afgebeeld als een woesteling. Verwarde haren, een slordige baard en een kameelharen mantel. Een man die leeft van sprinkhanen en andere schamele kost die de woestijn te bieden heeft. Een heel ander leven dan dat van Jezus. En ook zijn taal is totaal anders dan die van Jezus. Wanneer hij door de Jordaanstreek trekt en mensen oproept tot een doop van bekering, dan roept hij ze toe: "Addergebroed, wie heeft u voorgespiegeld dat u de komende toorn kunt ontlopen? Breng liever vruchten voort waaruit bekering blijkt. En zeg nu niet van uzelf: 'Wij hebben Abraham als vader', want ik zeg u dat God van deze stenen kinderen kan maken voor Abraham. De bijl ligt al aan de wortel van de bomen; iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur gegooid".
Johannes vat zijn taak van wegbereider niet lichtvaardig op. Naar zijn idee moet er nogal wat gebeuren voordat een mens klaar is om God zelf te ontvangen. Mensen moeten boete doen, zich bekeren. Omdat zijn optreden zo'n overweldigende indruk op mensen maakt dat ze zich afvragen of deze donderende aanwezigheid niet de Messias zelf is, zegt hij: "Ik doop u met water. Maar er komt iemand die krachtiger is dan ik; ik ben te min om de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen in heilige Geest en vuur." Dan komt Jezus om zich door Johannes te laten dopen tot diens grote verbijstering: "Ik zou door U gedoopt moeten worden, en U komt naar mij?" Maar Jezus dringt aan en laat zich door hem dopen.
De Bijbel vertelt vervolgens nog hoe Johannes de Doper aan zijn einde komt. Onverbiddelijk en streng als hij is, krijgt hij het aan de stok met koning Herodes. Deze heeft een relatie met Herodias, zijn schoonzus, waarvoor Johannes hem openlijk aanklaagt. Herodes laat hem arresteren. Hij wil Johannes eigenlijk uit de weg ruimen, maar hij is bang voor de reactie van het volk, dat hem voor een profeet houdt. Wanneer de verjaardag van Herodes wordt gevierd, treedt de dochter van Herodias op als danseres, tot groot genoegen van Herodes. Hij belooft haar te geven wat ze maar zal vragen. Door haar moeder opgestookt, zegt ze: "Geef mij hier op een schotel het hoofd van Johannes de Doper".
Johannes wordt onthoofd en zo eindigt het leven van degene die de wegbereider van Jezus wordt genoemd. De man van wie Jezus zelf zegt: "ik verzeker u: hij is zelfs meer dan een profeet. Hij is het over wie geschreven staat: Zie ik zend mijn bode voor U uit om voor U de weg te banen".