De Heilige Jozef

Jozef

Jozef is de zwijgende partij in het heilige gezin. We weten niet veel van hem. Hij was timmerman. Volgens een van de weinige teksten waar hij wordt genoemd in de Bijbel is hij pijnlijk verrast, wanneer hij hoort dat Maria, zijn verloofde, zwanger is. Hij overweegt om haar in het geheim te verstoten. Hij wil deze jonge vrouw die hij respecteert niet in opspraak brengen.
Maar dan heeft Jozef een droom. Matteüs vertelt het als volgt: "Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: 'Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus'. En Jozef werd wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen". Heel eenvoudig. Geen discussie, Jozef doet gewoon wat er van hem verwacht wordt. Een eerlijke, heel fatsoenlijke vent vol zorg voor zijn jonge bruid.
Dan wordt het kind geboren. Matteüs beschrijft het bezoek van de Hoge Heren uit het Oosten en als die vertrekken, krijgt Jozef weer een droom. Matteüs beschrijft het zo: "Kort nadat de drie wijzen vertrokken waren, verscheen er aan Jozef in een droom een engel van de Heer. Hij zei: 'Sta op en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar tot ik je weer roep, want Herodes is naar het kind op zoek en wil het ombrengen'. Jozef stond op en week nog diezelfde nacht met het kind en zijn moeder uit naar Egypte. Daar bleef hij tot de dood van Herodes". Weer doet Jozef wat er gedaan moet worden. Zonder zeuren, zonder morren. Hij gaat naar Egypte om dit wonderlijke kind te beschermen.
Dan volgt een derde droom van Jozef. Matteüs schrijft: "Nadat Herodes gestorven was, verscheen er in een droom aan Jozef in Egypte een engel van de Heer. De engel zei: 'Sta op, ga met het kind en zijn moeder naar Israël. Want zij die het kind om het leven wilden brengen, zijn gestorven. Jozef stond op en vertrok met het kind en zijn moeder naar Israël."
En meteen erachteraan vertelt Matteüs dat Jozef door een vierde droom gewaarschuwd wordt om niet terug te gaan naar zijn eigen streek, omdat daar koning Archelaos nu regeert en die is even gevaarlijk als zijn vader Herodes. Dus gaat Jozef naar Nazareth waar het relatief veilig is. Daar begint hij opnieuw een timmerbedrijfje en leeft er met zijn gezin.

Vier dromen en een man die ze zonder maren gelooft en ernaar handelt. Dat is de Jozef uit de Bijbel. We komen hem nog één laatste keer tegen in de Bijbel, maar dan wordt hij eigenlijk niet eens meer bij name genoemd. Dat is die keer dat Jezus als twaalfjarige zoek raakt tijdens de pelgrimstocht naar Jeruzalem. Als Maria en Jozef hem dan terugvinden in de tempel, verwijt zijn moeder hem: "Kind, wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je gezocht". Jezus antwoordt: "Waarom hebt u naar me gezocht? Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?"
Arme Jozef, hij heeft er alles aan gedaan om dit kind veilig groot te brengen en nergens in het evangelie is hij meer dan een bijfiguur. Zelfs van de jonge Jezus krijgt hij te horen: mijn echte Vader, is niet Jozef de timmerman. Niet één keer komt Jozef zelf aan het woord in de Bijbel en na Jezus 12-jarige optreden in de tempel, verdwijnt hij helemaal uit beeld. Hij heeft niet op zijn eigen rechten gestaan, hij heeft in alle stilte en eenvoud zijn vrouw en kind beschermd. Daarom is Jozef de schutspatroon van het huisgezin.
Geheel in lijn met zijn bescheidenheid, is de verering van Jozef laat opgekomen in de katholieke kerk. Pas in 1479 werd zijn feest ingevoerd in de Romeinse kalender en in de jaren 60 van de vorige eeuw heeft paus Johannes XXIII de naam van Jozef opgenomen in het eucharistisch tafelgebed.
In de Bijbel wordt Jozef een rechtvaardige genoemd. Dat is voor de Bijbel op de eerste plaats een mens die leeft naar de wetten van het (joodse) geloof. Een rechtvaardige is iemand, die zich durft toe te vertrouwen "aan Gods engelen", zoals de psalm zegt. Iemand die woont "onder Gods vleugels". Een rechtvaardige vertrouwt op Gods bescherming en niet op zijn eigen stoere woorden of slimme inzichten.
Een rechtvaardige zoals de Bijbel dat bedoelt, is geen hebberd. Niet iemand die denkt in termen van mijn en dijn. Een rechtvaardige neemt niet, hij wacht wat hem wordt gegeven. Een rechtvaardige eigent zich niet toe, maar koestert wat haar dierbaar is. Een rechtvaardige neemt de taak die hem door God is gegeven serieus op. Een rechtvaardige is iemand die probeert in de situatie waarin het leven haar brengt het juiste te doen.
Met een beschrijving van zo een rechtvaardige begint Matteüs zijn evangelie. En daarmee zet hij de toon. Zoals Jozef moet je worden om het evangelie naar waarde te schatten. Bescheiden, eenvoudig, geen grootspreker.