De Heilige Maagd Maria van de berg Karmel

Maria van de berg Karmel

Het Karmel-gebergte is een bergrug aan de kust van Israël, bij de havenplaats Haifa. Het woord 'Karmel' is een samentrekking van het Hebreeuwse 'kerem' (wijngaard) en 'el' (God). De Karmel wordt dus de wijngaard van God genoemd. Dankzij de gematigde temperatuur - in de zomer gemiddeld 24 gr. en in de winter 12 gr. - is de berg in de oudheid bekend om zijn dichte begroeiing.
Het Karmel-gebergte - dat van oudsher verbonden is met de profeet Elia - is lange tijd een verblijfplaats voor talrijke kluizenaars. Naast een hoogtepunt in de vierde tot de zevende eeuw kent het kluizenaarsleven daar een ware renaissance in de tijd van de kruistochten. In de twaalfde eeuw komen verscheidene pelgrims onder leiding van Berthold van Calabrië en Albertus van Jeruzalem samen bij wat dan bekend staat als de 'bron van Elia'. Tussen de kluizenaarscellen wordt een kapel ter ere van Maria gebouwd. Vanaf dat moment noemen de heremieten zichzelf 'Broeders van de heilige Maria van de Berg Karmel'. Ze laten een officiële leefregel voor zich schrijven waarin armoede, handenarbeid en stil gebed centraal staan.
In 1235, wanneer de kruisvaarders steeds verder worden teruggedrongen door de Moslims, worden ook de karmelieten gedwongen het Heilig Land te verlaten. De meesten trekken naar Europa. Op 16 juli 1251 krijgt Simon Stock, de generale overste van de Orde van de Karmelieten, in Cambridge een verschijning van de Heilige Maagd Maria. In een visioen overhandigt zij hem een scapulier - het schouderkleed van een kloosterhabijt - en belooft hem dat iedereen die dit religieuze kleed zal dragen, uit het vagevuur gered zal worden. Sindsdien is de 16e juli voor de karmelieten een belangrijke feestdag. Pas sinds 1726 staat deze gedachtenis op de liturgische kalender van de hele Rooms-katholieke Kerk.
De devotie en verering van Maria van de Berg Karmel gaat terug op een Bijbelverhaal over de profeet Elia (1 Kon 18). Deze smeekt God om een einde te maken aan een lange periode van droogte waardoor er grote hongersnood heerst. Na lang bidden en smeken ziet Elia vanaf de top van de Berg Karmel een kleine wolk die uit zee opstijgt, zo groot als de palm van een hand. Dit wolkje groeit en bedekt spoedig de hemel en brengt overvloedige regen over het uitgedroogde land.
Maria wordt in deze traditie vergeleken met die wolk vol weldaden. Maria die als schenkster van de Heiland aan de wereld de draagster is van het levendmakende water waarnaar heel de mensheid dorst.