De Heilige Lidwina
Lidwina wordt op 18 maart 1380 geboren in Schiedam. Ze is het enige meisje in een gezin met 9 kinderen. Op 15-jarige leeftijd wordt zij zwaar ziek, waaraan is niet bekend. In ieder geval krabbelt ze weer genoeg op om met een vriendinnetje te gaan schaatsen. Maar ze valt op het ijs en breekt een rib. Dat is het begin van een lijdensweg van 38 jaar.
Rond de rib ontstaat een abces dat naar binnen openbreekt en langzaamaan haar hele lichaam infecteert. Ze kan niet meer lopen, alleen nog haar hoofd en de linkerarm bewegen. Ook haar rechteroog en haar gehoor worden langzaam minder. Ze is voor haar hele verdere leven aan bed gekluisterd. In de loop der jaren wordt ook haar maag aangetast en kan ze niet meer eten. De laatste jaren van haar ziekbed zou ze nagenoeg alleen nog de heilige hostie hebben gegeten.
Het is een levensverhaal van zwaar lichamelijk lijden. Behalve dat ze ernstig invalide is, heeft ze ook vreselijk veel pijn en kan ze daarom bijna niet slapen. Er wordt wel gezegd dat Lidwina aan een ernstige vorm van multipele sclerose heeft geleden met allerlei onbehandelbare complicaties. We weten het niet. De ziekte MS was toen nog onbekend en geneesmiddelen om het proces en de bijwerkingen te remmen waren er niet.
In het begin is Lidwina opstandig en huilt en klaagt, en doet haar naam, "van leed wenende", alle eer aan. Maar langzaamaan begint zij haar martelende levensweg te zien als een opdracht van God. Zij moet haar lijden zonder klagen doorstaan, besluit ze. Dat is haar levenstaak. Die taak begint ze zo serieus op te vatten dat ze zelfs de uitspraak heeft gedaan: "Al zou ik door een enkel Ave Maria mijn gezondheid terugkrijgen, dan zou ik die niet willen". Ze begint haar pijn te zien als haar manier om zich met het lijden van Jezus te vereenzelvigen. In het lijden wordt ze één met God. Lijdensmystiek, heet dat.
In die periode heeft ze talloze Maria-verschijningen en krijgt ze bijzondere gaven. Terwijl ze zelf jaar na jaar langzaam en pijnlijk aan het sterven is, blijkt zij in staat te zijn om andere zieken te genezen. Hierdoor en vanwege haar veelvuldige extases trekt ze veel bezoekers aan haar ziekbed. Sommigen komen voor genezing, anderen alleen maar voor de sensatie.
Door haar visioenen en de opwinding rondom haar ziekbed houden sommigen haar voor een heks. De plaatselijke pastoor is het daar ook mee eens. Maar wanneer hij dat openlijk bevestigt vanaf de preekstoel, wordt zijn pastorie door een grote groep verontwaardigde Lidwina-vereerders met de grond gelijk gemaakt. Lidwina is een heilige, geen heks.
Zo krijgt ze nog tijdens haar leven veel gezag. Ze wordt soms afgebeeld met een gehangene, omdat op haar bevel een veroordeelde van de strop wordt bevrijd, volgens de legende. Verder zien we haar vaak met een rozenstruik. In haar latere visioenen ziet ze een rozenstruik groeien en een engel vertelt haar dat ze zal sterven zodra alle knoppen bloeien.
Lidwina overlijdt op 14 april 1433, ze is dan pas vooraan in de 50 en al 38 jaar bedlegerig.
Al meteen na haar dood wordt ze als een heilige vereerd in Schiedam. Nog in het jaar van haar overlijden wordt er boven haar graf een kapel gebouwd. Maar pas in 1890 wordt ze officieel heilig verklaard. Ze is ook nu nog de patrones van de chronisch zieken en gehandicapten.
