De Heilige Lucas
De eerste tekst buiten de Bijbel waarin melding wordt gemaakt van Lucas is van de 2de eeuw na Christus. Daar staat: "Lucas is een Syriër uit Antiochië, van het Syrische ras, van beroep arts. Hij werd leerling van de apostelen en later volgde hij Paulus in het martelaarschap. Na de Heer voortdurend, ongehuwd en kinderloos, te hebben gediend, stierf hij, vervuld van de heilige Geest op 84-jarige leeftijd". Lucas was dus waarschijnlijk geen Jood maar van hellenistische komaf. Hij was arts, heeft veel rondgereisd met Paulus en hij wordt een leerling van de apostelen genoemd.
Wij kennen de heilige Lucas als de schrijver van het derde evangelie en het boek Handelingen. Dat Lucas geen Jood was zoals de andere schrijvers van de Bijbel kunnen we terugzien in zijn teksten. Het evangelie is duidelijk geschreven door iemand die het Grieks uitstekend beheerste, terwijl de Joden in die tijd vooral Hebreeuws of Aramees spraken. En hij weet bijvoorbeeld meer van de Griekse geografie en staatsinrichting dan die van Palestina, het land van de Bijbel. Verder probeert hij in zijn evangelie de joodse gebruiken aan zijn lezers uit te leggen. Dus blijkbaar waren die bij hen niet goed bekend. Lucas heeft Jezus niet persoonlijk gekend. Hij behoort tot de tweede of misschien wel derde generatie Christenen in de Griekstalige wereld van die tijd.
Lucas wordt zelf drie keer genoemd in de brieven van Paulus met wie hij veel heeft rondgetrokken. Ze gaan samen eerst naar Macedonië en later ook naar Jeruzalem waar ze ook de apostelen ontmoeten. Lucas houdt Paulus gezelschap tijdens diens eerste gevangenschap en ook als Paulus in Rome gevangen zit, is Lucas in zijn buurt te vinden. Lucas is dus een leerling van de eerste leerlingen van Jezus, een ooggetuige van die eerste decennia na de dood van Jezus. Over die periode dat de leerlingen voor het eerst de wereld intrekken om te vertellen over het leven en de boodschap van Jezus van Nazareth en te genezen in zijn naam, vertelt Lucas in het boek Handelingen.
Vanaf de vroege Middeleeuwen zijn er al allerlei legendes en volksgebruiken rondom Lucas. Zo liet men bijvoorbeeld het vee briefjes eten met zegenspreuken die op de gedenkdag van Lucas gezegend waren. Dit zou voorkomen dat er epidemieën onder de dieren zouden uitbreken. Ook is er een hardnekkige legende dat Lucas als eerste een portret zou hebben gemaakt van Maria. Er zijn nog diverse afbeeldingen waarvan men claimt dat ze door hem gemaakt zijn, o.a. een schilderij in Rome in de Santa Maria Maggiore, een beeld in Spanje in Montserrat en een icoon in een Syrisch-orthodoxe kerk in Jeruzalem. Vanwege dit soort verhalen is Lucas patroonheilige van schilders en beeldsnijders geworden.
Lucas was misschien wel de eerste Mariavereerder van onze christelijke traditie. Die legendes over al die Maria-schilderingen die Lucas zou hebben gemaakt, komen niet zomaar uit de lucht vallen. Hij is de evangelist die de rol van Maria in het leven van Jezus het meest uitgebreid beschrijft. Hij schildert haar portret in zijn evangelie, zou je kunnen zeggen. Het prachtige gebed van Maria, het Magnificat, wordt opgetekend door Lucas. Ook het verhaal van de annunciatie, de engel Gabriël die Maria de blijde boodschap brengt, en van de visitatie, Maria's bezoek aan Elisabeth, worden door geen enkele andere evangelist verteld.
Dat we weten hoe Maria was, hoe ze reageerde op Gods plannen, hoe ze omging met de mensen in haar omgeving, komt door Lucas. Hij schetst inderdaad als eerste haar portret, zou je kunnen zeggen. Het is een portret van een oprechte jonge vrouw die als er een engel bij haar aanklopt "geheel in verwarring" is, volgens Lucas. "Hoe moet dat dan? Ik heb geen man" vraagt ze hem als de engel haar een zwangerschap aankondigt. Vervolgens zegt ze toch zonder aarzelen "ja" tegen God. Zonder dat ze ooit een moment haar bescheidenheid verliest, belooft ze God om zijn zoon te dragen: "uw wil geschiede". Ze gaat niet lopen piekeren hoe dat nou verder met haar moet. Ze beklaagt zich niet over haar lot als ongetrouwde, zwangere jonge vrouw. Nee, Maria pakt haar tas en haast zich naar haar hoogzwangere nicht Elisabeth om voor haar te zorgen. Het portret dat wij van Maria hebben meegekregen, dankzij Lucas, is een prachtig portret.
Maar het evangelie van Lucas zegt niet alleen iets van Maria als persoon. Lucas begint zijn evangelie met deze beschrijving van een jonge vrouw die Gods hart heeft gestolen om ons allemaal duidelijk te maken hoe wij mensen naar Gods hart kunnen zijn. We moeten bescheiden zijn als Maria om God in ons te kunnen dragen. Eenvoudig als Maria om volmondig "ja" te durven zeggen tegen God. Dienstbaar en een goede vriend voor de mensen om ons heen, zoals Maria. Niet steeds met onze eigen wensen en eisen bezig zijn, maar voor anderen klaarstaan en ze te hulp schieten als dat nodig is.
Maria was een eenvoudige vrouw, maar dat wil niet zeggen dat ze een simpel, onmondig jong meisje was dat van toeten noch blazen wist. Nee, Maria was de sterkste vrouw die God kon vinden, juist door die eenvoud. Doordat ze zich niet vastbeet in allerlei uiterlijkheden had ze de kracht om te kijken naar datgene dat het meest authentiek was in haarzelf: haar talent om God te dragen. Dat talent om Goddrager te zijn hebben wij allemaal, probeert Lucas ons te vertellen in zijn evangelie, van Maria kunnen we leren hoe we dat talent kunnen ontwikkelen.
