De Heilige Martinus

martinus

11 november is het feest van Sint-Maarten. In Nederland en België bestaat al sinds de Middeleeuwen het gebruik om op de feestdag van Martinus van Tours optochten te organiseren en vuren te ontsteken. Dat is eigenlijk een gekerstende vorm van het oude heidense Germaanse herfstfeest waarbij dankoffers werden gebracht aan de god Wodan. Vandaar ook dat voor de lampion vaak pompoenen of suikerbieten worden gebruikt. Martinus van Tours is ongetwijfeld de populairste Franse heilige. Het schijnt dat er maar liefst 485 Franse dorpen en 3600 kerken zijn die Saint Martin heten.
Martinus wordt in 316 geboren in het deel van het Romeinse Rijk dat nu Hongarije heet. Zijn opleiding ontvangt hij in de Italiaanse stad Pavia. Omdat zijn vader militair is, valt hij onder de wettelijke bepaling dat hij als zoon eveneens een militaire loopbaan moet volgen. Op zijn vijftiende wordt hij bij het Romeinse leger ingelijfd als soldaat te paard. Hij trekt met het leger naar Gallië en daar speelt de gebeurtenis zich af waarom hij zo beroemd is geworden. Martinus rijdt te paard Amiens binnen en ontmoet daar een armoedzaaier die zit te kleumen van de kou. Hij geeft hem de helft van zijn mantel. Diezelfde nacht verschijnt Christus aan hem, gekleed in dat stuk mantel.
Daarna besluit Martinus zich te bekeren tot het Christendom en op 18-jarige leeftijd wordt hij gedoopt. Dan wil hij niet langer vechten. Hij verlaat het leger en gaat leven als een kluizenaar in de buurt van Poitiers waar de grote theoloog Hilarius bisschop is. Hilarius ziet al snel de mogelijkheden van zijn nieuwe leerling. Maar omdat hij bemerkt hoe bescheiden Martinus is, durft hij hem niet voor te stellen om diaken te worden. De verhevenheid van die functie zou hem afschrikken. Dus maakt hij hem tot duiveluitdrijver (exorcist). Dat was een lagere wijding die Martinus niet kon weigeren want dan zou hij juist blijk geven van onbescheidenheid. Na veel conflicten, waarbij Hilarius zelfs voor enkele jaren wordt verbannen naar Klein-Azië stichten zij samen rond 360 het eerste echte klooster van Frankrijk, bij Poitiers.
In 371 wordt Martinus tot bisschop van Tours gekozen. Omdat hij ook als bisschop het monniksideaal trouw blijft, sticht hij nabij Tours een nieuw klooster. Martinus overlijdt op 8 november 397, maar wordt pas op de 11de begraven. Vandaar zijn feestdag op 11 november.

Martinus was een exorcist, een duiveluitdrijver. In de katholieke Kerk bestond er tot ongeveer 1970 de wijding tot exorcist, de laatste van de vier Lagere Wijdingen die een mannelijke geestelijke op weg naar het priesterschap ontving. Ook al is het hedendaags christendom niet meer zo in de ban van de duiveluitdrijvingen, toch staan er genoeg voorbeelden in de Bijbel.
In de oudheid wisten mensen zich omringd door geesten en demonen. De geesten fungeerden als uitvoerders van goddelijke beloning of straf. Buiten deze wereld die onder de regie van God viel was het domein van de demonen, de kwade geesten. Allerlei ziektes werden gezien als een aanval van demonen. Om ze te kunnen bestrijden had je goddelijke autoriteit nodig. Ziektes als epilepsie en psychische stoornissen zien wij niet meer als het werk van de duivel. Toch is ook nu nog steeds sprake van gedrag dat duivels lijkt in zijn pure kwaadaardigheid. Er zijn wreedaards die je bloed doen stollen.
Je zou nog steeds kunnen zeggen dat mensen die dit soort gedrag vertonen duivels zijn in de zin dat ze zich van God afgekeerd hebben. Daarmee bedoel ik niet dat ze niet meer naar de kerk gaan of nooit bidden, maar dat ze de elementaire verbondenheid van alle mensen, de kwetsbaarheid van het leven en de heiligheid van de schepping niet respecteren. Dat ze opzettelijk dood en verdriet zaaien.
Als iemand op die wijze het leven niet meer eert, dan is dat wellicht des duivels. En wanneer een ander, zoals Martinus, in staat is om zulke mensen tot bezinning te laten komen, als ze hen kunnen overtuigen van de heiligheid van het leven, ja, misschien hebben ze dan wel een duivel uitgedreven.