De Zalige Montfort
28 april is de feestdag van Louis-Marie Grignion de Montfort, een priester uit West-Frankrijk die leefde van 1673-1716. Hij is de stichter van de sociëteit van Maria en Montfort, of kortweg: de Montfortanen.
Terwijl zijn vader, een eenvoudige ambtenaar, al het mogelijke doet om op de maatschappelijke ladder te stijgen, gaat Louis-Marie juist de andere kant op. Hij heeft meer op met arme en eenvoudige mensen dan met gegoede burgers die graag gewichtig doen. Zonder poeha, zonder allures wil hij een helper voor anderen zijn. Dat blijkt al, wanneer hij naar Parijs gaat voor zijn priesteropleiding. De nieuwe kleren die hij van thuis meekrijgt, ruilt hij met de eerste de beste bedelaar die hij tegenkomt. Armoede, gewoon zijn onder gewone mensen, is belangrijk voor hem. Delen in hun moeilijke leven en steunen in hun sterven. Als student bezoekt hij al vaak mensen die eenzaam op hun sterfbed liggen.
Na zijn priesterwijding in 1700 sluit hij zich aan bij een groep priester-collega's in Nantes, maar raakt erg teleurgesteld over hun burgerlijke mentaliteit. Hij verhuist naar Poitiers, waar hij rector wordt in het Armenhuis en zelf ook leeft als een arme. Een paar jaar later doet hij hetzelfde in Parijs. Hij woont onder een trap, waar een schamel bed staat en een waterkruik. Zo leeft hij vijf jaar lang. Dan pas voelt hij zich arm genoeg om te kunnen werken in parochies op het platteland, solidair met de allerarmsten. Hij vindt al snel gehoor bij gewone mensen, maar andere priesters maken hem het werken onmogelijk. Ze vinden hem een zonderling die wat al teveel aanpapt met armoedzaaiers.
Daarop maakt Montfort een bedevaart naar Rome en ontvangt van de paus de titel "apostolisch missionaris". Desondanks blijft hij het ook daarna nog regelmatig aan de stok houden met de clerus. Bisschoppen jagen hem weg uit hun diocees. Hij is een buitenbeentje en zijn levensstijl staat haaks op hun gezapige welvaart. Ondertussen groeit het ontzag van gewone mensen voor "le bon père de Montfort", de goede pater uit Montfort. Hij kiest ervoor om zich met hen te identificeren i.p.v. met de hoge heren.
Drie zaken staan bij Montfort centraal. Ten eerste drukt hij iedereen op het hart de doopbeloften serieus te nemen en echt in het voetspoor te treden van Jezus met zijn eenvoud en zijn hartelijkheid. Dan komt er een diepe vrede en vreugde in je hart. Dan vind je ook de moed en de kracht om de lasten van het leven met elkaar te dragen.
Ten tweede onderstreept Montfort het belang van het kruis van Jezus. Naar een oude traditie uit zijn geboortestreek Bretagne, bouwt hij samen met veel vrijwilligers in het dorpje Pontchâteau een grote Calvarieberg ter ere van Christus die het lot en het leed van andere mensen op zijn schouders nam en niet bang was om voor hen zelfs de dood te ondergaan. Opnieuw komt hier de radicale ernst naar voren waarmee Montfort de christelijke levenswijze ziet.
Ten derde wijst Montfort op Maria als hét voorbeeld van de ware leerling. Zij is hem gevolgd op zijn levensweg en heeft aan de voet van het kruis gestaan, waaraan hij hing omdat hij begaan was met het leed van de velen en zich hun lot had aangetrokken. Tijdens zijn omzwervingen door Frankrijk en zijn bedevaart naar Rome had Montfort een wandelstok bij zich met daarop een door hemzelf gemaakt Mariabeeldje. Montfort zag Maria als de moeder van wie Jezus het geloven had geleerd. Zelf wilde hij diezelfde leerschool doorlopen, zijn leven lang.
"Door Maria naar Jezus", schreef Montfort. Voor een goed begrip van de weg van Jezus is Maria noodzakelijk. In haar komt namelijk heel de vroomheid en de wijsheid van Israël samen. Zij heeft zich door de God van de aartsvaders en de profeten laten leiden en deze God heeft zijn stempel in haar ziel en op haar hart gedrukt. Op een onvervalste manier was zij ontvankelijk voor God. Zij stond niet aan de kant van grootsprekers, potentaten, graaiers en branieschoppers. Nee, Maria koos de weg van de armen van het land, van de eenvoudigen, van hen die elkaar helpen en die een gewonde niet aan de kant van de weg laten liggen. Zij zong in het Magnificat van kleine mensen die met eerbied worden benaderd en van machthebbers die van hun troon worden gestoten. Van deze Maria is Jezus het kind, de zoon, de leerling. Zij vormt zijn achtergrond. Wie Jezus wil begrijpen, moet dan ook naar Maria kijken.
Montfort heeft over Maria een beroemd boekje geschreven: de Ware Godsvrucht tot de Heilige Maagd. De vorige paus, Johannes Paulus II, had het op zijn nachtkastje liggen. Op het einde van zijn leven, vlak voordat hij op 43-jarige leeftijd van uitputting sterft, heeft Montfort een paar priesters rondom zich verzameld en voor hen een leefregel geschreven. Hij noemt hen "het gezelschap van Maria" en ook wel "de Congregatie van de Heilige Geest". Eenvoudig als ze altijd zijn gebleven noemen ze zich nog steeds gewoon: de Montfortanen.
