De Heilige Rita van Cascia
In 1381 wordt er in het dorpje Rocca Porena bij Cascia een meisje geboren in de familie Lotti, Margaretha of Rita. Een religieus bewogen meisje, dat haar ouders al op jonge leeftijd smeekt om in het klooster te mogen intreden. Tevergeefs.
Al op 14-jarige leeftijd wordt ze uitgehuwelijkt aan ene Mancini, een driftige en brute alcoholist die geen enkele belangstelling heeft voor Rita's geloof en gevoelens. Samen krijgen ze twee zonen. Achttien lange jaren leeft Rita samen met een man die haar slaat, misbruikt en bedriegt met andere vrouwen. Toch vergeeft ze hem keer op keer zijn liederlijke gedrag en probeert hem tot meer fatsoen en een meer christelijke levenshouding te brengen.
Dan wordt hij doodgestoken tijdens een gevecht. Nu heeft Rita een nieuw probleem: haar zonen zweren dat zij de dood van hun vader zullen wreken. Ze doet iets dat haar als moeder enorm zwaar moet zijn gevallen: ze bidt tot God dat haar zoons beter kunnen sterven dan een doodzonde te begaan. Ze sterven beiden aan de pest, nog voordat ze de moord kunnen begaan. Rita verzorgt hen liefdevol tot hun dood.
Alleen achtergebleven besluit alsnog in te treden in het klooster. Omdat ze de weduwe is van een crimineel, wordt ze echter niet toegelaten. Tot driemaal toe wordt haar de toegang geweigerd. Dan verschijnen haar in een nachtelijk visioen Johannes de Doper, de heilige Augustinus en Nicolaas van Tolentino die haar begeleiden naar het klooster, waarvan de poorten zich vanzelf openen. Zo wordt ze uiteindelijk toch toegelaten tot het Maria Magdalenaklooster van de Augustinessen te Cascia, waar zij de rest van haar leven op water en brood leeft.
Op Goede Vrijdag in 1442 wordt zij aan het voorhoofd gestigmatiseerd door een doorn uit Christus' doornenkroon, een wond die niet meer zal helen. Wanneer ze jaren later op haar ziekbed ligt, vraagt zij aan een familielid om een roos. Hoewel het winter is, vindt deze in Rita's kloostertuin toch een bloeiende roos en brengt die naar Rita. Hierdoor is de gewoonte ontstaan om op 22 mei, Rita's sterfdag, gewijde rozen naar zieken te brengen of om gedroogde rozenblaadjes onder het hoofdkussen te leggen.
Tien jaar na haar overlijden wordt het lichaam, nog geheel intact, opgegraven. Ze wordt opgebaard in een glazen sarcofaag in de kerk van Cascia. Ze wordt zalig verklaard in 1628. Haar heiligverklaring door paus Leo XIII is in 1900. Rita wordt veelal afgebeeld in het zwarte habijt van de Augustinessen met een wonde op het voorhoofd. Verder zie je vaak bijen, symbool van reinheid, rondom haar vliegen of over haar habijt lopen. Dit heeft te maken met een legende over bijen die rond de wieg van de kleine Rita rondvlogen en honing in haar mondje achterlieten.
Tot op heden wordt Rita aangeroepen voor en door ongeneeslijk zieken, mensen met ernstige psychische problemen, slechte huwelijken en allerlei andere uitzichtloze situaties: de hopeloze gevallen.
Rita's kracht bestaat erin dat ze nooit de moed opgeeft. Ze zit niet bij de pakken neer en zwelgt niet in zelfmedelijden. Bij ieder nieuw obstakel op haar moeilijke levensweg zoekt ze naar de beste oplossing voor dat moment. Ze houdt hoop. Ze blijft vertrouwen in God, maar blijft zelf ook keihard werken aan oplossingen.
Daar kunnen wij ook in onze tijd nog steeds een voorbeeld aan nemen. Het leven gaat niet over rozen. Er overkomen ons allerlei zaken die ronduit ellendig zijn. Dan mag je je toevlucht zoeken bij God. Niet om jezelf eens uitgebreid te laten beklagen of te bidden om een wonder. Maar om de kracht te vinden om om je heen te kijken en te zeggen: "Okee, wat zijn mijn opties. Hoe kan ik van deze situatie het beste maken?"
Al lijkt de situatie uitzichtloos, toch mogen we er met Rita op vertrouwen dat God ons bij zal staan op onze, soms heel moeilijke, levensweg. Niet als de Vader die alle pijn wegkust en je problemen voor je oplost, maar als degene die je uiteindelijk "leidt op een weg die toekomst heeft", zoals psalm 142 zegt. Een toekomst waar je zelf aan bij moet dragen; je moet er voor werken, je moet zelf hindernissen nemen en de pijn doorstaan. Maar zelfs in de allergrootste ellende staat God naast je. Ook als het lijkt "alsof niemand zich om je bekommert"; God "hecht wel degelijk waarde aan je leven", volgens de psalm en volgens de heilige Rita. God schrijft nooit iemand af als een hopeloos geval.
