De Heilige Jean-Baptiste de la Salle

salle

"Adellijk was hij van geboorte, nog hoger was de adelstand van zijn deugden." Deze woorden staan op de grafsteen van Jean-Baptiste de la Salle, grondlegger van talloze scholen en internaten, met in totaal meer dan 900.000 leerlingen over de hele wereld. Hun doelstelling is "menselijk en Christelijk onderwijs geven aan jongeren, in het bijzonder de armen". Hun grondlegger was een bijzondere man die zijn leven als een rijke begint en eindigt tussen de armen.
Jean-Baptiste de la Salle wordt geboren op 30 april 1651 in Reims, in Frankrijk. Hij is de eerste zoon van een rijke Franse familie. Op jonge leeftijd wordt hij kanunnik van de kathedraal van Reims, een machtige positie die kon worden ingekocht door rijke mensen. Hij is intelligent en een harde werker. Na het vroegtijdig overlijden van zijn ouders moet hij de administratie van de familiebezittingen overnemen, maar ondertussen studeert hij theologie. In 1678 wordt hij tot priester gewijd in. Hij is dan bijna 27 jaar oud. Twee jaar later promoveert hij tot doctor in de theologie.
In deze periode komt hij in contact met een aantal arme jongeren uit de achterbuurten. Aangezien onderwijs in die tijd nog niet tot de mogelijkheden behoort voor arme kinderen, zijn ze nagenoeg analfabeet en hard op weg om in de criminaliteit te belanden. Door deze ontmoeting komt er een totale ommekeer in de carrière van Jean-Baptiste. Hij besluit zich te gaan inzetten voor het onderwijs aan de allerarmsten. In 1679 begint hij een school in Reims. De leraren die hij aantrekt om les te geven, neemt hij op in zijn eigen huis waar hij voor hen zorgt.
Op een dag merkt hij dat deze collega's zich zorgen maken om hun levensonderhoud - er was tenslotte niet veel te verdienen op een armenschool. Hij besluit het goede voorbeeld te geven, verkoopt de familie-eigendommen en verdeelt het geld onder de armen. Verder geeft hij zijn belangrijke positie als kanunnik op. Zijn familie, die in hem al een beroemde kardinaal had voorzien, is verbijsterd door dit besluit. Wanneer een rijk en opgeleid man zijn leven wil wijden aan onderwijs voor de armen, stuit zo'n initiatief op de nodige weerstand in de eigen sociale kring.
Maar al snel sluiten meer jonge mannen zich bij hem aan. Uit die groep ontstaat bijna vanzelf een communiteit van gelovige leraren die uiteindelijk de "Broeders van de Christelijke scholen" zal gaan heten. In 1684 legt de la Salle samen met zijn medebroeders de kloostergelofte af.
In de jaren die volgen, slagen zij erin om een netwerk van kwalitatief goede scholen te stichten door heel Frankrijk. Ze bieden gratis onderwijs voor iedereen. Ook inhoudelijk is de la Salle is een echte pionier geweest op onderwijsgebied. Zo besluit hij bijvoorbeeld dat het onderwijs niet in het Latijn moet worden gegeven, zoals in die tijd gebruikelijk, maar gewoon in de eigen Franse taal. Hij betrekt de ouders bij het onderwijs, hij groepeert de leerlingen al naar gelang leeftijd en intelligentie en hij probeert religieuze onderwerpen te integreren in andere schoolvakken. Hij zet ook kweekscholen op voor leken die docent willen worden, hij biedt onderwijs op zondag voor werkende jonge mannen en hij richt een van de eerste instellingen voor jonge delinquenten op. Iedereen zou een beter leven kunnen hebben met een basisopleiding, volgens de heilige overtuiging van de la Salle. Onderwijs ziet hij als teken van het Rijk Gods en de weg naar het heil. Van goed onderwijs voor iedere mens naar eigen vermogen wordt de wereld een betere wereld.
De la Salle sterft in 1719 op Goede Vrijdag. In 1900 wordt hij heilig verklaard en in 1950 wordt hij benoemd tot patroon van alle christelijke leraren.